Serie: ‘s Zondags gaan wij naar de kerk

Huilen om Mariawonder Aardenburg
Het is maandag 19 augustus 2002. We fietsen vanuit ons hotel in Aardenburg in zuidelijke richting en stappen af bij de Sint Jozefkerk in Donk. Dat ligt bij Maldegem in een landelijk stukje Oost-Vlaanderen, waar de stad heel ver weg lijkt.

Bij de kerk ontmoeten we de koster. Hij vraagt waar we zoal geweest zijn in de streek. Wanneer wij hem  vertellen dat we in de katholieke kerk van Aardenburg het beeld hebben gezien van ‘Maria met de Inktpot’ begint hij te schreien: ,,Ach ik ween zo licht”. 


Het verhaal dat de koster aangrijpt gaat over een wever die de schuld krijgt van de moord op een inwoner van Aardenburg. Hij ontkent en smeekt om vrijspraak. Maar de rechtbank veroordeelt hem tot ophanging.

De priester die de veroordeelde de biecht afneemt adviseert hem tot Maria te bidden. De man bidt vervolgens aanhoudend tot hij in een diepe slaap valt. ’s Nachts verschijnt Maria met het Kindeke Jezus hem in een droom. Zij vertelt dat zijn gebed is verhoord. Het Kind draagt een inktpot, een ganzenveer en een vel perkament.  Terwijl Maria de inktpot vasthoudt schrijft het Kind een tekst en zegt: ,

,Als de schout en zijn dienaren komen om u naar de galg te brengen, zeg dan dat je de baljuw* spreken wilt. Geef hem dit perkament en je zult de Barmhartigheid Gods en de goedheid van zijn moeder ondervinden.” De volgende dag gebeurt wat is voorzegt. De baljuw leest de tekst en laat de man vrij.

Er bestaan in meer plaatsen verhalen rond het thema van O. L. Vrouw met de inktpot. In Aard enburg leidde de legende eeuwenlang tot een  stroom van bedevaartgangers. De Reformatie maakte daar  een eind aan, maar in de 19e eeuw kwamen de bedevaarten  weer op gang.  

Nog even over het gesprek met de koster in Donk. Hij woont in  hoeve De Pispot, een eindje verderop: ,,Kent ge het verschil tussen Maria en den pispot? Nee? Maria is boven alle vrouwen en den pispot is onder!”  Even later passeren we een oude boerderij met een po aan het hek…

De kerk van Donk is intussen ontwijd. De gemeente Maldegem nam het onderhoud van het kerkhof over en de koster zul je er niet meer aantreffen.
*gerechtelijk ambtenaar namens het centrale gezag

Een koninklijke kerk in Amsterdam

door Wim Staat
De Nieuwe Kerk in Amsterdam is heel bekend omdat we daar onze nieuwe vorsten inhuldigen en er ook huwelijken worden gesloten van de Oranjes. Op zondag morgen6 september 2015 kregen Trudy en ik bij een bezoek aan Amsterdam te horen dat diezelfde middag in deze kerk naast et Paleis op De Dam het 10-jarig bestaan van de plaatselijke Protestantse Gemeente zou worden gevierd.

We aarzelden geen moment en besloten daar naar toe te gaan. Het was immers een zeldzame kans om het gebouw te beleven tijdens gebruik waarvoor het oorspronkelijk was bedoeld: de christelijke eredienst. We kregen geen spijt van het besluit. Het werd een feestelijke dienst.  

De gemeentezang  werd begeleid met het machtige hoofdorgel. Het instrument speelde ook een rol op 2 februari 2002 bij het kerkelijk huwelijk van prins Willem Alexander en prinses Máxima. Bij aankomst gingen de luiken van het orgel open als symbool van omarming.  De luiken tonen de intocht van koning David na zijn overwinning op Goliath. Veel meer indruk dan de actie met het orgel maakte bij heel veel mensen de traan van bruid Máximaan toen bandoneonspeler Carel Kraayenhof het Argentijnse lied Adiós Nonino vertolkte.

Omdat het onderhoud te duur werd voor de Hervormde kerkvoogdij kwam het bedehuis in 1979 in handen van de ‘Nationale Stichting De Nieuwe Kerk’.  Het gebouw is een cultureel centrum dat plaats biedt aan exposities, waaronder de jaarlijkse van World Press Photo.

De kerk is in fasen gebouwd vanaf het eind 14e tot het midden 16e eeuw, onderbroken door brand in 1421 en 1452. In 1565 bleef het plan om een toren toe te voegen steken bij het fundament. In 1646 volgde de start van een toren die hoger moest worden dan de Utrechtse Dom. De bouw is gestaakt door geldgebrek. De onvoltooide romp is gesloopt in 1783.

Na een verwoestende brand in 1645 volgde herstel tot de huidige vorm: een voor een protestantse kerk weelderig gebouw. Opvallend zijn de rijk versierde kansel en het al genoemde schitterende hoofdorgel. Achter het koorhek pronkt het grafmonument van Michiel Adriaanszoon de Ruyter, nationale zeeheld nummer één. De kerk bevat verder sporen van onder anderen toneelschrijver en dichter P. C. Hooft, historicus Johan Huizinga en Jan Van Speijk, held tijdens de Belgische Opstand omdat hij liever met zijn kanoneerboot de lucht in ging dan zich over te geven.  Samenvattend: een brok Nederlandse historie.

Naar hartenlust zingen met twintig kerkgangers
Juni 2016 vierden wij vakantie in Bedaf. De naam van dat gehucht betekent ‘bid af’. Een oproep om je stil te houden, in dit geval bij, intussen verdwenen,  kerk die relieken bevatte van Sint Cunera en dus een bedevaartplaats was.

’s Zondags konden we naar  een rooms-katholieke dienst in Uden of een protestantse in Veghel, maar we kozen voor het Hervormde kerkje van het iets verder gelegen Dinther. We fietsten daar in alle rust naar toe en werden hartelijk begroet.

Protestantse kerken bestonden in het grootste deel van Noord-Brabant vrijwel uitsluitend door de aanwezigheid van protestantse ambtenaren en schoolmeesters. Immers waren openbare ambten na de Tachtigjarig Oorlog niet toegankelijk voor katholieken, terwijl die in Limburg en Noord-Brabant veruit in de meerderheid waren. Die toestand  duurde voort tot in de 19e eeuw. Bijna alle roomse kerken in Noord Brabant en Limburg waren toen in protestantse handen. Dat leidde ertoe dat in streken waar de meeste mensen de Kerk van Rome trouw bleven, slechts een handjevol protestanten plaatsnam in grote kerken die zij niet eens konden onderhouden. De katholieken moesten het doen met diensten in schuilkerken.
In de 19e eeuw kwamen de meeste kerken weer in roomse handen. Zo ook in Dinther. Nadat de protestanten daar het roomse bedehuis verlieten bouwden ze in 1843 het huidige eigen kerkje.  Voor de dienst die wij bezochten daagden twintig mensen op: tien vrouwen en tien mannen. Het doet denken aan minjan, het vereiste minimumaantal van tien mannen voor een joodse eredienst.

Van de dienst herinner ik me weinig. Des te meer van de zang. We dachten dat die iel zou klinken, maar  dat vooroordeel werd beschaamd! Bijna alle bezoekers beschikten over een forse stem. Je werd bijna de bank uitgeblazen.

Afbeelding met Serveware, serviesgoed, keramiek, porselein

Automatisch gegenereerde beschrijving
Na afloop was er koffie. De kopjes gingen al een poosje mee en droegen de oude naam van de gemeente: Nederlandse Hervormde Kerk Dinther. Het was er heel gezellig. De zondag erop gingen we nog eens naar dit intieme kerkje.

Wim Staat

Hoe kom je de kerk in? Jelle zal wel zien…
Het gebeurde in het najaar van 1980. Ik was voor het Reformatorisch Dagblad (RD) op reportage in Israël. Dat werd nog een boeiende reis. Zo discussieerde ik in de soek van Jeruzalem met Palestijnen over de internationale politiek, waarbij het er fel aan toe ging. Maar wat mij het meest bijbleef is een kerkbezoek in Tel Aviv.
De reis was voor een deel betaald door Bank Leumi, welke in 1980 dertig jaar bestond onder die naam. Dat jubileum trok ook Jelle Zijlstra naar Israël. Hij was van 1967 tot 1981 president van de Nederlandsche Bank NV. Over hem straks meer. Nu wil het geval dat ik door een staking van El Al enkele dagen langer in het land kon blijven dan de bedoeling was. Ik kon op een gegeven moment op zondag terug, maar dat was voor een RD- werknemer onbestaanbaar. Dus zou het maandag worden.
De agenda van The Jeruzalem Post bracht het antwoord op de vraag hoe ik de zaterdagavond zou rondbrengen. Daarin stond namelijk een orgelconcert aangekondigd in de Immanuelkerk in Tel Aviv, de stad waar ik op dat moment verbleef. Daar aangekomen zonk de moed me in de schoenen. Het zag er zwart van het volk en de kerk was vol. Maar daar zag ik plots een bekende: oud-premier Jelle Zijlstra en zijn vrouw Hetty. Hij riep dat hij president was van de Dutch National Bank en binnen wilde. Enigszins beschroomd tikte ik hem op de schouder, gaf mijn identiteit prijs en sprak uit hetzelfde te begeren.
Het verzoek van Zijlstra werkte als sesam open u uit het verhaal van Ali Baba. Weldra zat ik samen met het echtpaar achteraan op de galerij op een bankje dat plaats bood aan 2,5 personen.
Mevrouw Zijlstra had een rol chocoladeflikjes bij zich die we als kerkvoer opsmikkelden. Van het
concert herinner ik me niets meer, maar door deze ontmoeting werd het onvergetelijk.
Wim Staat
*Jelle Zijlstra (27 augustus 1918 – 23 december
2001) was van 22 november 1966 tot 5 april 1967 minister-president en minister van financiën.
In het laatste ambt diende hij ook van 1958-1963. Wim Kan zong in de oudejaarsconference van
1966 het lied “Waar we heen gaan’. Het refrein luidde ‘Jelle zal wel zien’. Kan zong het op de
melodie van het lied Yellow Submarine van The Beatles. Vanaf 1967 tot en met 1981 was
Zijlstra president van De Nederlandsche Bank
Bron foto: ANEFO/Jo van Bilsen

’s Zondags gaan wij naar de kerk (3)
De nachtegaal van Zeerijp

,,Kun je orgel spelen? Voor 10 euro mag je er een uur op!” Dat vraagt de koster nadat we ons melden bij huis tegenover de Jacobuskerk in Zeerijp.

Het is nogal onverklaarbaar dat mensen kennelijk aan mijn neus kunnen zien dat ik inderdaad met een kerkorgel kan omgaan. Hoe dan ook, even later zit ik achter de klavieren van het beroemde instrument dat Theodorus Faber in 1651 bouwde. Een orgel waarop je bij uitstek het lied ‘De vogels van de bomen’ op kunt vertolken. Dat komt door de Nagtegall. Het geluid van dit registeren komt voort uit twee metalen pijpen die lucht blazen in een bakje met water. Het resultaat is verbluffend echt nachtegalengezang.

Het bezoek doordeweeks leidt later tot een zondagse kerkgang. Op een prachtige morgen fietsen we ernaartoe vanuit ons vakantieverblijf in Oosterwijtwerd. De 14e eeuwse vrijstaande klokkentoren is al vanaf enkele kilometers afstand waar te nemen. Binnen wacht een dienst met fraai gezang. Het aantal bezoekers is gering, maar Groningers kunnen uit volle borst zingen, zonder dat het in schreeuwen ontaardt. Het koninklijk instrument van Zeerijp is extra bekend door de vertolkingen van kerklieden op YouTube door Dennis Wubs. Daar maken veel organisten dankbaar gebruik van als ze willen horen hoe een lied precies loopt.

De Jacobuskerk is overigens veel meer dan het orgel. Je stapt bij binnenkomst als het ware de middeleeuwen in en de reusachtige ruimten dwingen je om spontaan een lied aan te heffen. De bijzondere sfeer wordt vooral opgeroepen door de van baksteenimitatie voorziene muren.  Daarboven hangen kunstig gemaakte meloengewelven.  Ga door het deurtje dat naar boven voert en zie neer op de bovenkant van de kerkplafonds. Een zeldzame ervaring.

De afgelopen jaren liep de kerk flinke schade op bij de aardbevingen die Groningen teisteren door de aardgaswinning. Zo loopt er een scheur door de toren. Half april maakte Omroep Noord bekend dat het orgel is scheefgezakt en daarom wordt gestut. Onderzoek moet uitwijzen of ook dit een gevolg is van de aardbevingen, maar die kans is op voorhand al groot.
Wim Staat

Sterke mannen dragen het beeld de kerk uit

’s Zondags gaan we naar de kerk
Aflevering 2: Moslima redt onze Paasviering
Paasmorgen 16 april 2006.  Trudy en ik verblijven op Gozo, het tweede eiland van Malta.  We zien daar processies en andere tradities die behoren bij de Stille Week. Maar deze morgen vertrekken we vanuit het hotel in het dorp bij het veer op Malta naar het dorpje Nadur, iets meer dan twee kilometer noordelijker. De viering van Pasen is daar bijzonder, zo is ons verzekerd.

Die ruim twee kilometer moeten toch lopend te doen zijn. Denken we. Maar de weg is steil. En wat is het heet! Veel te warm voor de tijd van het jaar. We zijn dan ook opgelucht wanneer er achter ons een auto stopt. Of we naar de kerk op weg zijn, vraagt de bestuurster en of we mee willen rijden. Wat een wonder! Zomaar iemand geroepen door de Heer om ons weg te brengen! Zeker een gelovige christenvrouw. Dat kan toch bijna niet anders! Dan begint de bestuurster te spreken. ,, Ik ben moslima. De enige op Gozo, want de rest is allemaal katholiek. Maar ik breng u graag naar de kerk hoor. Mijn man zit er ook!” De mis in de bomvolle kerk is bijna ten einde als we arriveren, maar het  echte hoogtepunt moet dan nog komen.

Na afloop van de viering blijven de kerkgangers op het voorplein staan, dat volgepakt staat met mensen. Ze wachten geduldig af tot sterke mannen het beeld van de opgestane Heer de kerk uitdragen. Zodra die over de drempel stappen volgt een explosie van geluid. De klokken beieren, men steekt vuurwerk af en laat duiven los en het plaatselijke Onda speelt dat het een lieve lust is. En de mensen roepen: ,,De Heer is waarlijk opgestaan! Dank u wel Heer Jezus. Halleluja!”

Daar sta je dan tussen als degelijk gereformeerd opgevoede Nederlanders, waar een kruisje aan de muur vroeger al vreemd werd gevonden. De manier waarop de mensen hier de opgestane Heer loven en prijzen beweegt ons tot tranen.

Jezus’ opstanding zet de wereld op zijn kop. Ook op Gozo.  
Wim Staat

’s Zondags gaan we naar de kerk

Aflevering 1: ‘Geen boekies’ in Nijensleek

Zingen uit de bundel van Johannes de Heer was vroeger populair in protestants Nederland. Wij deden het ’s zondagsavonds met gezin en aanhang onder begeleiding van het harmonium. Wilde je zulke liederen in de kerk zingen dan moest je naar de Vrije Evangelische gemeente. Daar was onze overbuurman ‘Kees de psalmist’ lid van. Die hoorde je soms in zijn tuin ‘God heb ik lief’ zingen. Psalm 116 dus. Vandaar zijn bijnaam.

Liederen uit Johannes de Heer klinken zelden op in de kerken die wij bezoeken, of het moet bij een herdenkingsdienst zijn, of tijdens kerkbezoek op Ameland. Maar ooit deden we het ook in Drenthe. Tijdens een vakantie fietsten Trudy en ik ’s zondags naar het kerkje van Nijensleek. Tot onze vreugde was er op die dag een zangdienst. Je mocht er nummers aandragen uit een speciaal boekje. Daarin stonden tamelijk wat liederen uit Johannes de Heer en de oude Hervormde bundel van 1938.

Voor zover ik me kan herinneren is er toen niet gepreekt. Hoeft ook niet altijd. Het komt voor dat ik me meer van de muziek herinner dan van het gesproken woord. En wat het laatste betreft was het genieten in Nijensleek. Het meerstemmig zingen van een lied als ‘Welk een vriend is onze Jezus’ is een feest!

Kerkje Nijensleek @Google Maps

Dankzij een mevrouw die iets opgaf dat niet in het bundeltje stond, weet ik precies wanneer de dienst is gehouden. Zij wilde een eerbetoon voor Dietrich Bonhoeffer, wegens diens honderdste geboortedag een dag eerder. Welnu die viel op zaterdag 4 februari 2006. Wij kerkten dus een dag later in Nijensleek. Het opgegeven gezang was nr. 398 uit het Liedboek voor de Kerken 1973. Dat is het lied ‘Door goede machten trouw en stil omgeven’ van de beroemde theoloog en verzetsheld.

‘We hebben geen boekies’, riepen enkele aanwezigen. En inderdaad, er waren geen Liedboeken, dus konden we het begeerde nummer niet zingen. Maar de vrouw die het had opgegeven was niet voor één gat te vangen. Ze betrad de kansel en las het toen maar voor. En zo klonk er tijdens de preekloze dienst toch nog een preek. Want zo mag je dit lied van Bonhoeffer rustig noemen. Het getuigenis van de man die kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog is omgebracht op persoonlijk bevel van Hitler.

,,Door goede machten trouw en stil omgeven,
behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar,
zo wil ik graag met u, mijn liefsten, leven,
en met u ingaan in het nieuwe jaar”