Overdenkingen


Overdenking april 2022

Eindpunt

Soms komt er ineens een gedachte in mij op, als ik naar de beelden kijk uit Oekraïne. Naar de vernieling van de steden en naar al het leed dat mensen wordt aangedaan. Ik denk dan: ooit zal er toch weer iets van vrede zijn? Hoe moeten ze dan verder daar in dat land? Hetzelfde geldt voor landen als Jemen of Syrië. Verder weg van ons maar de beelden en de gruweldaden zijn dezelfde. Het was hetzelfde in Europa na de Tweede Wereldoorlog toen bijna het hele continent in puin lag. Na het einde moet je door. Nadat het klaar is moet je oprapen wat je nog hebt en daarmee moet je verder gaan.

Soms lijkt het alsof het een grote cirkel is en dat we met elkaar als mensen altijd weer aan hetzelfde punt komen met zijn allen. Altijd wordt er weer iets kapotgeschoten wat is opgebouwd, altijd is er weer ergens geweld tegen elkaar. Telkens weer moeten we van voren beginnen, zo lijkt het.


In zekere zin is Goede Vrijdag ook zo een eindpunt. Jezus wordt vermoord omdat hij durft in te gaan tegen de gevestigde orde. Omdat hij de vragen stelt die niemand wil horen, omdat er zo snel geen antwoord te vinden is. De beproefde methode: wat niet mag zijn wordt vernietigd door geweld.


Maar Goede Vrijdag is niet het einde. Misschien is dat het enige wat mij nog een beetje hoop geeft voor de toekomst in deze tijden. Zelfs iets dat zo duidelijk een eindpunt is als de dood van een mens is voor God een kans voor een nieuw begin. De beproefde tactiek heeft niet gewerkt. Het leven heeft gewonnen van de dood.


Laten we bidden dat hier op aarde eindelijk de liefde het zal winnen van de haat. Onmogelijk? Als God ervoor kan zorgen dat wij op Paasochtend een leeg graf aantreffen, dan is niets onmogelijk.

Ds. Pascal Handschin

Overdenking maart 2022

Zorg om elkaar

“Daarom buig ik mijn knieën …….” Efeziers 3 : 14

Kent u dat, zorgen om hoe het verder moet? Hoe het verder kan? Soms kan de toekomst mistig zijn. Hoe zal het morgen zijn? Wat kan ik vandaag doen om stappen te zetten in een onzekere toekomst?

Enkele weken geleden was VERTROUWEN het thema van een bijzondere eredienst, een dienst voorbereid door en met de jongeren die over enkele maanden belijdenis van hun geloof af willen liggen in het midden van de gemeente.


Met elkaar bespraken we in de dienst wat vertrouwen eigenlijk is. We kwamen erop uit dat de rode draad de liefde is. Liefde, ook als betrokkenheid en verbondenheid, met elkaar, met God en ook met jezelf. Ja-zeggen tegen jezelf. Dat kan best moeilijk zijn, zeker wanneer twijfel, aan hoe het verder moet, toeslaat.

Er zijn ook zorgen om hoe het verder moet met de kerk, ook in Ritthem en Nieuw- en Sint Joosland. Gaat het wel verder en hoe dan? Gaan we elkaar weer wat meer zien na Corona? Verschraalt ons kerk-zijn, ook in onze dorpen? Er haken mensen aan, maar ook af, waarom? Misschien omdat ze zich niet (meer) geraakt voelen in de kerk. Laat je je raken? Zijn we kerk, ook in Nieuwland en Ritthem, om elkaar te raken? Zijn we in staat elkaars verlangen naar geraakt-te-willen-worden te zien en ernaar te handelen?

In één van de laatste kerkeraadsvergaderingen hebben we hier indringend met elkaar over doorgesproken: zorg om elkaar. We besloten onze bespreking met het uitspreken van dat verlangen en van vertrouwen in een gebed, het gebed dat in Efeze staat.

Efeziers 3 : 14 – 20 (NBV21):

“Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader
(NB: als kerkenraad knielden we niet, terwijl dat best had gekund JZ),
die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op de aarde.
Moge Hij vanuit Zijn rijke luister u innerlijk kracht en sterkte schenken door Zijn Geest,
zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart,
en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.
Dan zult u met alle heiligen in staat zijn de lengte en de breedte,
de hoogte en de diepte te begrijpen,
ja de liefde van Christus te kennen die alle kennis te boven gaat,
opdat u geheel vervuld zult raken van de volheid van God.
Aan Hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen
dan wij vragen of denken,
aan Hem komt de eer toe,
in de kerk en in Christus Jezus,
van geslacht tot geslacht,
tot in alle eeuwigheid.”

AMEN

Jan Zwemer

Reageren? scribanieuwland@gmail.com

Decemer 2021 “Dit is wat blijft: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde”

1 Korintiërs 13 : 13 (NBV21)

Het eerste weekend van november was ik met een groep vrienden in een klooster, iets wat we al 25 jaar doen. Met het Corona-gebeuren was het al een tijdje geleden, maar nu kon het weer. We spreken altijd met elkaar door over een thema. Deze keer stond gedachtengoed van Augustinus centraal. Het is bijzonder om in gesprekken oecumene te ervaren met de broeders uit het klooster. In de katholieke traditie is Augustinus een belangrijke kerkvader en zo ervaarden we als katholieken en protestanten veel gemeenschappelijkheid.

Eén van de onderwerpen die aan bod kwam was het thema liefde, ook aan de hand het doorspreken van de indrukwekkende film “Des hommes et des dieux”.

De stelling was: zonder liefde kun je niet leven.

Liefde is bij Augustinus een centraal begrip. Bekend is zijn uitspraak: “Heb lief en doe wat je wilt!” Augustinus wijst erop dat liefde tot jezelf goed is. Zelfrespect gaat aan respect voor de ander vooraf. Wie niet van zichzelf houdt, kan niet van een ander houden. Jezelf haten is niet natuurlijk. Het gebod is niet “….je naaste liefhebben in plaats van jezelf”, maar: “….. je naaste liefhebben als jezelf!” 


De grondtoon in Augustinus’ denken is dat we vooral in en vanuit God kunnen liefhebben.

,,In Uw licht zien we het licht” (Psalm 36 vers 10). Wij hebben U lief, omdat U ons eerst heeft liefgehad.

We hebben onszelf lief, wanneer we God liefhebben.

Liefde tot God is de grootste dienst die we onszelf kunnen bewijzen. Zelfliefde blijkt …… paradoxaal genoeg… uit liefde tot de naaste.

Augustinus schrijft scherp over de liefde: “Heb lief en doe wat je wilt. Wanneer je zwijgt, zwijg in liefde; wanneer je spreekt, spreek in liefde; wanneer je terechtwijst, wijs terecht in liefde; wanneer je verdraagt, verdraag in liefde.”

Zo kunnen we 1 Korinthiers 13 vers 13 begrijpen: “ …..maar de grootste van die is de liefde.”

Laat het ons als leden van Christus Kerk geleiden in de verwachting van Advent, in de Kerstdagen waarin we de komst van Christus in de wereld vieren. Laat het ons ook zo het jaar 2021 uitgeleiden. Juist met het licht van liefde kunnen we veel betekenen in ons samen-leven. En weet: het kleinste licht is sterk genoeg om alle duisternis in de wereld te verdrijven.

Wilt u meer weten over het gedachtengoed van Augustinus, blader dan het boekje van Hans Alderliesten (Augustinus, voor mensen van nu) eens door. In het kloosterweekend heeft het ons veel gebracht

Jan Zwemer


November 2021 Vertrouwen

In mijn bangste uur vertrouw ik op u. Psalm 56:4
Je kunt geloven dat iets kan maar vertrouw je er ook op?
Koorddanser Charles Blondin stak in 1859 op een hoogte van 50 meter de Niagara Falls over. Hij deed dat op een koord van 8,3 cm breed. Eerst door er alleen over te lopen en later ook met een kruiwagen.

Blondin vroeg de omstanders of ze geloofden dat hij ook in staat zou zijn iemand in de kruiwagen veilig de watervallen over te rijden. Men riep massaal ‘ja’.  Daarna vroeg hij een man die luid had ingestemd om in de kruiwagen plaats te nemen, maar die weigerde dat.  Hij geloofde wel dat het kon, maar vertrouwde niet op de goede afloop. 

De waaghals nodigde ook andere mensen uit, maar niemand durfde het aan. Uiteindelijk meldde zich toch nog een kandidaat, een oude vrouw. Die oude vrouw was zijn moeder. Zij kende haar zoon en wist dat ze hem door-en-door kon vertrouwen.

Zo was het ook met David. Hij had het Spaans benauwd nadat de Filistijnen hem gevangen namen. Daarvan getuigt hij in Psalm 56. ,,God, heb medelijden met mij, want de mensen willen me doden.  De hele dag word ik achtervolgd. De hele dag ben ik in gevaar, want ik heb heel veel vijanden, Allerhoogste God! “

Deze angstkreet wordt gevold door: ,, In mijn bangste uur vertrouw ik op u.” David geloofde dat het kon en hij vertrouwde erop dat het goed zou aflopen.  Net als de moeder van de koorddanser.

God had er alles voor over om ons te redden. Dat mogen we geloven en we kunnen er op vertrouwen.

Heer ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.
Wim Staat

Oktober 2021
“En de vrede van Christus, tot welke gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harten ………..”.Kolossenzen 3 : 15

Waarom zijn we een kerkelijke gemeente? Een vraag die we elkaar al vaak gesteld hebben en ook voorzien hebben van richting gevende antwoorden. Jaren geleden gaven we, als gemeenten, inhoud en vorm door het formuleren van vier accenten voor de antwoorden op deze vraag:

  1. Geloven doe je samen
  2. De Kerk: huis van gebed
  3. Geroepen om te leven en
  4. Geroepen om te gaan

Onder de titel “Doelgericht onderweg” gingen we onderweg en zijn we steeds onderweg, ook nu.

In deze meditatie of bezinning staan we stil bij ‘t laatste deel: de geroepen om te gaan (4/4):

Geraakt door de liefde van Christus komen we in beweging en zoeken we de ander die op onze weg komt. ‘Geroepen om te leven’ is dan ook onlosmakelijk verbonden met ‘geroepen om te gaan’.

De gemeente zoekt woorden voor het leven met de Heer. Ze wil delen wat haar is gegeven. Ook dat delen vraagt oefening. We moeten het leren het gesprek te voeren vanuit Hem die ons raakt en beweegt. Dat vraagt een drievoudige focus. Wat zegt de Heer, wat zegt de ander die op mijn weg komt, en wat zeg ik zelf?

Als gemeente willen we een oefenplek zijn om het gesprek te leren voeren met anders denkenden, met zinzoekers, met hen die de kerk hebben verlaten. Door het geloof te leven hopen we dat de kerk een gezicht krijgt en bevrijdend werkt in de samenleving. 

Dat vraagt een heen en weer gaande beweging. Samenkomen en uitgaan. Gevoed worden en uitdelen. Samenleven en meeleven. Kerk zijn betekent ‘gezonden zijn’. Je komt samen om weer uitgezonden te worden.

In onze tijd maakt de overheid een terugtrekkende beweging wat betreft de zorg voor kwetsbare mensen in de samenleving. De diaconale presentie van de kerk is daarom actueel!  Als kerk in het dorp willen we –zoveel mogelijk- gestalte geven aan deze roeping. Mededeelzaamheid en presentie vloeien voort uit het getuigenis van Christus die zichzelf volkomen heeft gegeven. Die presentie krijgt gestalte in de vorm van de hoofdletter L. De  horizontale poot staat voor de verbondenheid met de naaste door mee te leven met diens wel en wee. De verticale wijst naar de Redder der wereld. Beide lijnen zijn onlosmakelijk met elkaar verenigd. Vanuit de verbondenheid met Hem zullen we solidair zijn op alle niveaus, plaatselijk, regionaal, landelijk en universeel.

Uit: Doelgericht Onderweg – beleidsplan Protetantse gemeenten Ritthem en Nieuw- en Sint Joosland
Jan Zwemer


September 2021
“En de vrede van Christus, tot welke gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harten en weest dankbaar”.

Kolossenzen 3 : 15

Waarom zijn we een kerkelijke gemeente? Een vraag die we elkaar al vaak gesteld hebben en ook voorzien hebben van richting gevende antwoorden. Jaren geleden gaven we, als gemeenten, inhoud en vorm door het formuleren van vier accenten voor de antwoorden op deze vraag:

  1. Geloven doe je samen
  2. De Kerk: huis van gebed
  3. Geroepen om te leven en
  4. Geroepen om te gaan

Onder de titel “Doelgericht onderweg” gingen we onderweg en zijn we steeds onderweg, ook nu.

In deze meditatie of bezinning staan we stil bij ‘t derde deel: de geroepen om te leven (3/4):

Leven, gave en opgave

In de christelijke gemeente gaat het om echt leven. Je zou kunnen spreken van een oefenplaats om te leren leven-in-verbondenheid. Die verbondenheid is gegeven in de Heer Jezus zelf. Hij is ons Hoofd en verbindt ons met God en elkaar.

Leven in die verbondenheid is tegelijk een gave en een opgave, we zíjn één in Christus, maar tegelijk moeten we het leren om zo te leven en elkaar ruimte te geven. Het vraagt vertrouwen en durven loslaten, Jezus en Zijn gaven zien in de ander.

De gemeente is een oefenplek om in die verbondenheid te leren leven. De verschillende ontmoetings- en leermomenten in de gemeente helpen ons daarbij. Samen ontdekken we Zijn bewogenheid met deze wereld en met ons leven. Eenmaal door Hem geraakt worden we ook zelf bewogen, bewogen om te gaan naar de ander.

Léven in de moderne samenleving

De christelijke geloofsgemeenschappen in Nederland zijn onderdeel van een multiculturele en seculiere samenleving. In zo’n context moet de geloofsoverdracht hoog op de agenda staan van de kerk om zo de waarde van het geloofsleven te ontdekken. We willen ons (steeds weer) bezinnen op de kern van het christelijk geloof en elkaar helpen te verwoorden wat dat betekent in en voor ons dagelijkse leven.

 Uit: Doelgericht Onderweg – beleidsplan Protetantse gemeenten Ritthem en Nieuw- & St. Joosland

Juli/augustus 2021
“Weest in geen ding bezorgd, maar laat bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.             
Filippenzen 4 : 6 en 7

Waarom zijn we een kerkelijke gemeente? Een vraag die we elkaar al vaak gesteld hebben en ook voorzien hebben van richting gevende antwoorden. Jaren geleden gaven we, als gemeente, inhoud en vorm door het formuleren van vier accenten voor de antwoorden op deze vraag:

  1. Geloven doe je samen
  2. De Kerk: huis van gebed
  3. Geroepen om te leven en
  4. Geroepen om te gaan

Onder de titel “Doelgericht onderweg” gingen we onderweg en zijn we steeds onderweg, ook nu.

In deze meditatie of bezinning staan we stil bij ‘t tweede deel: de kerk: huis van gebed (2/4):

Gebed is één van de belangrijke pijlers van gemeente-zijn. Hierin proeven we het vuur van Gods Geest die ons als gemeente de omgang met en leiding van onze Heer doet zoeken.

Het vuur ook dat ons doet roepen tot Hem voor de nood in de wereld en in ons eigen leven.

Het gezamenlijke gebed doortrekt de erediensten. In dat gebed is de samenleving betrokken, het Kyrië, Heer, ontferm U, klinkt op. Het mee-lijden met hen die lijden krijgt woorden in het gebed om Gods hulp.

Bidden is ook aanbidden, danken en lof zingen. Danken vanwege het vele goede dat we ontvangen, lof zingen om God te eren en vol te blijven van Zijn Woord en beloften. Aanbidding zet ons leven in een ander, nieuw licht. Het richt ons op wat Hij heeft beloofd en houdt het geloof in ons levend.

De gemeente komt ook in kleine kring samen, op vastgestelde tijden in het zogenoemde ‘kerkgebed’. Een kleine kring van gelovigen laat zich daarbij aanspreken door een gedeelte uit de Bijbel en verwoordt in de gebeden dank voor zegeningen en voorbeden voor zieken en mensen in andere situaties van moeite of zorg.

De kerk als huis van gebed krijgt in het dagelijkse leven ook gestalte in de huizen. Waar 2 of 3 mensen samen bidden, bij de maaltijden, bij het opstaan en slapengaan of in pastorale ontmoetingen. Kortom, het gebed is verweven met het leven van de gemeente en houdt ons dicht bij de Heer en dicht bij elkaar.


Uit: Doelgericht Onderweg – beleidsplan Protestantse gemeenten Ritthem en Nieuw- en Sint Joosland
Jan Zwemer
______________________________________________________________________________________________________________________________Juni 2021
“Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt” Romeinen 15:5

Waarom zijn we een kerkelijke gemeente? Een vraag die we elkaar al vaak gesteld hebben en ook voorzien hebben van richting gevende antwoorden. Jaren geleden gaven we, als gemeente, inhoud en vorm door vier accenten richting aan onze antwoorden:

  1. Geloven doe je samen
  2. De Kerk: huis van gebed
  3. Geroepen om te leven en
  4. Geroepen om te gaan

Onder de titel “Doelgericht onderweg” gingen we onderweg en zijn we steeds onderweg, ook nu.
In deze meditatie of bezinning staan we stil bij het eerste deel: Geloven doe je samen (1/4).

Geloven doe je samen. Deze zin bevat twee kernwoorden: ‘geloven’ en ‘samen’. 
We ontvangen de Bijbel, als het Woord van de Heer waardoor Hij ons aanspreekt. Als gemeente is ons antwoord daarop: geloven, vertrouwen wat Hij zegt. Dat geloven heeft ook de ander nodig. Door samen te luisteren leren we van elkaar en groeien we in vertrouwen.

Het geloof krijgt een grotere en meer omvattende betekenis als we ons verdiepen in de Bijbel. Daardoor leren we God, elkaar en onszelf (beter) kennen.
In de gemeente willen we daarom samen ons geloof verdiepen in de erediensten, in leermomenten met jongeren (catechese) en in andere ontmoetingsmomenten.  

Geloven is geen privézaak. Geloven verbindt ons met elkaar en zet ons in beweging. Hedendaagse vraagstukken leren we bezien in het licht van de Bijbel.
Contacten verdiepen zich vanuit het Woord dat ons leven inhoud en richting geeft. 

Waar Jezus Christus is, is gemeenschap. Zijn kerk is als een grote familie die elkaar meeneemt, achter Hem aan. Samen leren, geloven, hopen en liefhebben. Zo willen we als kerk een oefenplaats zijn om te groeien in verbondenheid met Christus en elkaar.

Persoonlijke ontmoeting
Ondanks de grote diversiteit aan communicatievormen, blijft –zo ervaren wij- de persoonlijke ontmoeting onmisbaar. In erediensten, kringen en pastoraat gaat het om contacten waarin God en mensen elkaar ontmoeten. In die ontmoeting delen we allen van jong tot oud. 

Als gemeente willen we ruimte bieden voor ieder die erbij wil komen en mee wil doen. Samen een gastvrije gemeente zijn, waar je leert geloven, waarin je samen onderweg bent. Sámen geloven geeft ruimte en openheid voor allen die erbij willen komen en mee willen doen.  

 Uit: Doelgericht Onderweg – beleidsplan Protestantse gemeenten Ritthem en Nieuw- en Sint Joosland
Jan Zwemer

Mei 201
Vogeltrek
,, De ooievaar aan de hemel, de tortelduif en de gierzwaluw kennen de tijd van hun trek, maar mijn volk kent niet de orde van de HEER.” Jeremia 8, vers 7
Jeremia sprak bovenstaande woorden uit tegen de inwoners van het tweestammenrijk Juda (hoofdstad Jeruzalem). De meeste mensen uit het Tienstammenrijk (hoofdstad Sichem) zaten toen al in ballingschap in Assyrië. Jeremia waarschuwde de Judeeërs dat hen hetzelfde zou overkomen wanneer ze zich niet zouden bekeren. Dan wijst hij naar de vogels die precies weten wanneer het tijd is om het roer om te gooien en weg te trekken. Jeremia’s boodschap vindt geen gehoor en uiteindelijk worden de meeste Judeeërs naar Babylon weggevoerd.

De afgelopen tijd waren  ook in onze omgeving vogelaars met kijker en camera in touw om de terugkeer van de gevederde vrienden te volgen. Jeremia had ook weet van de grote volksverhuizing van de vogels, want Israël ligt aan de oostelijke trekroute tussen Europa en Afrika.  In de Bijbel staan talloze verwijzingen naar de natuur. Daaronder is dus ook de oproep om een voorbeeld te nemen aan de zwaluwen en andere vogels die naar onze streken zijn teruggekeerd.

De terugkeer van de vogels maakt ook blij. Wat een zegen dat we, ondanks alle onrust in de wereld, kunnen genieten van Gods schepping. In het bijzonder ook van de regelmaat de Hij daarin heeft gelegd. Niet alleen bij de vogeltrek, maar ook in de gang van de seizoenen.

Wim Staat

April 2021
Steenmannetje                                            

naar Psalm 46 : 2 en 3 “God is ons een toevlucht………”

In Nederland weten we niet wat het is: steenmannetjes. Je kent ze wellicht van je wandelingen in een berglandschap. Een stapel stenen, op een bijzondere manier op elkaar geplaatst, sterk en stabiel, schijnbaar fragiel en kwetsbaar.

Steenmannetjes wijzen de weg op plaatsen waar wegwijzers ontbreken. 

Het is een bijzonder beeld, ook voor ons leven, onze levensweg. Persoonlijk en ook voor ons als (kerkelijke) gemeenschap.

Een steenmannetje ontstond wanneer een nieuw pad gevonden werd. Bij elke afslag werd een nieuwe hoop gebouwd en zo ontstond een route die veiligheid bood en ontdekt is door iemand die je voorging. 

De weersomstandigheden kunnen in de bergen fors instabiel zijn met barre omstandigheden van stormen en koude. Soms brokkelt zo’n steenmannetje dan af. Ik heb begrepen dat het een ongeschreven regel is dat de eerstkomende wandelaar de stenen opnieuw stapelt en er zo voor zorgt dat dit symbool van veiligheid en zekerheid haar functie kan houden voor degenen die erna komen.

Als jij terugkijkt op je levenspad zie je vast ook van deze steenmannetjes: momenten die bepalend waren voor de richting in je bestaan, een gebeuren, een daad, een woord, een ontmoeting, een keuze, een lach, een …… (vul maar in). Het kunnen persoonlijke momenten zijn van een tijd geleden, een jaar, een paar jaar terug en ineens kun je er weer mee geconfronteerd worden: een moment van toen die je eraan herinnert welke keuze je toen maakte en je opnieuw nodigen voor een keuze.

Misschien ben jij ook zo iemand die soms een Bijbelgedeelte onderstreept. Veel later kun je dat gedeelte weer terugzien en het spreekt opnieuw tot je. Dat kan zo een steenmannetje zijn.

Niet alleen persoonlijk, ook als gemeenschap kan dat van grote waarde zijn, juist voor een kerkelijke gemeenschap als de onze. Je gaat je levensweg, soms langs slingerpaadjes, soms door donkere dalen of ook wel langs een snikhete berghelling. Je weet dat al vele jaren eerder andere mensen er ook liepen met dezelfde vragen als jij. Zij vonden nieuwe wegen, wegen die jij nu ook kunt gaan. Zij maakten als het ware steenmannetjes aan de kant van jouw weg van nu, die je zeggen: als je die kant op gaat dan ben je veilig!   

Dat doet de kerk: eeuwenlang een weg van veiligheid en geborgen-zijn aanreiken.

De kerk niet zozeer als systeem, maar als beweging van betrokkenheid van God op Zijn schepsels en schepping. De kerk bouwt met (gedenk)stenen deze monumenten, deze steenmannetjes. Veel stenen die de kerk gebruikt(e) zijn de Psalmen, die ons laten herdenken, ons confronteren en ook een weg wijzen.

Een weg wijzen, persoonlijk, ook als gemeenschap, ook in vragen hoe het verder moet met de kerk (ook in samenwerking). De “weersomstandigheden” in kerkelijk Nederland zijn erg instabiel. Ze tasten oude richtingaanwijzers aan. Veel “wandelaars” zijn een weg kwijt en geven ten diepste aan dat ze verlangen naar steenmannetjes bij een kruispunt.

Ook als kerk, als gemeente gaan we een weg. Samen zoeken naar Gods wil in ons (kerkelijk) leven. Het kan dan zomaar zijn dat we een psalm als steenmannetje op ons pad vinden.

Een psalm zoals Psalm 46:
“God is ons een toevlucht en sterkte,
ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden.
Daarom zullen wij niet vrezen, al verplaatst zich de aarde,
al wankelden de bergen in het hart van de zee”.

Als we elkaar ontmoeten, kunnen we het elkaar zeggen waar een steenmannetje te vinden is. Doen?
Jan Zwemer

Maart 2021
Kom vlug naar beneden (Lucas 19 vers 5)

Wij leven in een tijd die veel gemakkelijker zou moeten zijn.

1.De wereld is een dorp geworden. Je kunt via Internet een bruidsjurk van pakweg een oude rijksdaalder bestellen. Die wordt dan vanuit China bij je thuisbezorgd.
2.We kunnen met de hele wereld digitaal contact maken. Je kunt met iedereen daten en zo het bed induiken.
3.En iedereen kan haar of zijn mening de wereld in slingeren. Eén mens kan met één berichtje een massa bewegen tot een demonstratie.

Hoe gingen deze dingen vroeger?
1De aanstaande bruid ging sa-men met moeder of een goede vriendin naar de winkel. Ze paste de uitverkoren jurk. Mocht die niet goed passen, dan kwam ze nog eens terug.  Ze had dus minstens twee keer persoonlijk contact met de verkoopster. 2.Vroeger kreeg je verkering door een persoonlijke ontmoeting. Je had oogcontact, een vonk sprong over en je sprak met elkaar. 3.Wanneer je het ergens niet mee eens was sprak je daar iemand op aan of schreef een in gezonden stuk naar de krant. Als dat allemaal niet hielp kon je altijd nog een betoging organiseren. Eerst toestemming aanvragen, pamfletten ophangen, de publiciteit zoeken en dan maar hopen dat er iemand komt opdagen.  

De voorbeelden uit het begin van dit stukje zijn kwesties van hoge snelheid. Je drukt op een knop en je hebt het zo voor elkaar.
De voorbeelden uit de tweede alinea verlopen langzaam, tergend traag zelfs. Je moet moeite doen om dingen voor elkaar te krijgen.

Er valt nog iets op. In de eerste voorbeelden is er geen persoonlijk contact en bij de tweede serie voorbeelden wel.
Juist de coronatijd maakt duidelijk dat we behoefte hebben aan contacten met anderen, of we nu alleen wonen of niet.

Velen vinden het benauwend dat bijna alles digitaal moet. We hebben de maatschappij zo ingericht dat mensen die niet handig zijn met de computer afhankelijk worden gemaakt van anderen. Velen kennen meer mensen via het scherm dan dat ze echt contact hebben met anderen. Dat leidt er zelfs toe dat mensen niet meer in het echt op iemand af durven stappen.

Ik heb geen oplossing voor de problemen rond mondialisering, digitalisering en individualisering. Ik geloof wel dat het nodig is dat er weer loketten komen waar mensen om hulp kunnen vragen. Dat er meer echt contact komt tussen mensen.

Bij het overdenken van deze zaken moest ik denken aan Zacheüs. Dat was die belastingophaler, die helemaal geen vrienden had. Hij kwam waarschijnlijk ook niet in de synagoge. Maar toen hij hoorde dat Jezus in aantocht was wilde hij er bij zijn.

Vanuit een boom keek Zacheüs naar de massa zoals een moderne mens naar een menigte op een scherm ziet. Zoals een moderne mens dingen op afstand digitaal tot zich neemt zag Zacheüs van afstand zijn medemensen, zonder deel te hebben aan de gemeenschap.

Maar dan gebeurt het wonder.  Jezus ziet hem. In Lucas staat: ,,Toen Jezus daar langskwam, keek hij naar boven en zei: Zacheüs, kom vlug naar beneden”. Dat hebben we nodig. Dat we elkaar zien en contact hebben. Hopelijk worden we spoedig verlost uit de banden van de coronacrisis.

Hopelijk hebben we ons lesje geleerd: minder scherm en meer mens.  En roep elkaar vooral naar beneden.  

Wim Staat

Februari 2021
God is het die ons behoedt

“De Heer is je Wachter……” Psalm 121 : 5

Psalm 121 is een pelgrimslied, zoals de andere psalmen in deze reeks (120 t/m 134), liederen van de opgang. Dit lied is bedoeld om onderweg te zingen. Zoals wij nog steeds doen, om de moed er in te houden, zeggen we dan.

Het is een eenvoudig lied, dat door alle eeuwen heen de kracht heeft om mensen aan te spreken en te raken. Het is een psalm die door die eenvoudige kracht klinkt, juist op momenten dat het er in ons leven op aan komt. “De Heer houdt de wacht, over je gaan en je komen.”

In alle eenvoud is het tegelijk een kunstig lied.
Zorgvuldig worden de woorden aaneengeregen.Vanwaar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Heer…
Hij zal niet sluimeren, je wachter. Nee, hij sluimert niet, de wachter van Israël.

Precies in het midden, de centrale zin: De Heer is je wachter.

Het woord (wachten; of waken) dat vijf keer voorkomt, weloverwogen, zorgvuldig gecomponeerd.
Als in het gebedje voor het slapengaan dat je als kind leerde: Here, houd ook deze nacht, over mij getrouw de wacht.

Het zijn woorden om op terug te vallen. Om je door te laten dragen, het hele nieuwe jaar door.
Is dat zo? Kan ik dat? Is dat niet wereldvreemd?
Als je kijkt naar afgelopen jaar, naar wat je overkomen is misschien.

Als je terugkijkt naar het jaar en naar de nieuwsberichten die ons bereiken, oorlog, dood, ongeluk, rampen, corona, een aarde die afstevent op haar eigen vernietiging….

Gaan we daar stilzwijgend aan voorbij door het belijden van deze psalm?

Het is een gerechtvaardigde vraag, een vraag die ook een vraag mag blijven, wellicht ook een vraag die moet blijven om te voorkomen dat geloven een wereldvlucht wordt.

En toch en toch …… en toch …… op de bodem van al die menselijke vragen, is er steeds weer dit lied.
Dit lied, bedoeld om te zingen, boven je zelf uit, onderweg.
Bedoeld om de moed er in te houden.

Hoe uw weg ook zal zijn of de mijne; wat er ook gebeuren mag in het jaar dat voor ons ligt, ten goede of ten kwade, wij zingen het lied van de opgang, wij zijn onderweg, naar het Koninkrijk, naar het leven ten volle, om thuis te komen, God zij dank.

Jan Zwemer