Moderne zeeman deelt lot Noach

VLISSINGEN – Wat veel zeelieden de afgelopen jaren meemaakten lijkt op het lot van Noach in de ark. Toen het water eindelijk begon te zakken kon hij met zijn vrouw en kinderen nog steeds niet naar buiten. Dat werd pas mogelijk toen de duif die niet meer terugkeerde nadat hij die voor de derde keer op verkenning had gestuurd. Net als Noach moesten zeelieden de afgelopen coronajaren lange tijd gedwongen op hun schepen verblijven.

Viering in het Zeemanshuis op de Dag van de Zeevarenden

Dominee Pascal  Handschin, sinds vijf jaar havenpastor in Vlissingen-Oost, trok die vergelijking zaterdag 25 juni tijdens een dankdienst in het Zeemanshuis Ritthem ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Zeevarenden.  Tijdens de viering van deze Dag klonk de oproep aan samenleving en politiek om oog te blijven houden voor het geestelijk welzijn van de zeelieden. Zij vormen een belangrijke schakel in de wereldhandel. Zonder scheepvaart zou die voor een flink deel stilvallen. Volgens Handschin kwam er door de coronacrisis meer oog voor het welzijn van zeevarenden, al blijft het noodzakelijk om misstanden te signaleren en zo mogelijk te bestrijden.

Op de manifestatie sprak ook Marianne Kloosterboer. Zij is niet alleen bestuursvoorzitter van het Zeemanshuis, maar bekleedt dezelfde functie voor de Nederlandse Zeevarenden Centrale (NZC). Deze niet religieus gebonden koepelorganisatie van zeemanshuizen komt uiteindelijk voort uit de Zeemansbond, die 1893 ontstond op initiatief van onder anderen de in Rotterdam werkzame Noorse predikant Isaachsen. Hij trok zich het lot van de zeelieden aan. Marianne schetste zaterdag dat er voortdurend actie nodig is om de financiering van de zeemanshuizen overeind te houden. Nederland nam in 2011 de plicht op zich om zich te bekommeren om het lot van buitenlandse opvarenden*. In de praktijk kostte het echter enige moeite om de overheid zover te krijgen om hier ook geld voor uit te trekken. De NCA zet zich ook op andere vlakken in voor de zeelieden. Zo werd geregeld dat zij in Nederlandse havens konden worden gevaccineerd. Ook mochten de zeemanshuizen in het tweede jaar van de coronacrisis weer open, net als de wegrestaurants. Dat gebeurde nadat de overheid erop werd gewezen dat de zeelieden net als chauffeurs bezig zijn met het transporteren van goederen

Rol Zeemanshuis
Het Zeemanshuis aan de rand van het haven- en industriegebied Vlissingen-Oost (postadres is in Ritthem) bestaat al bijna zestig jaar. Nederland telt nog zes zeemanshuizen. Die zijn gevestigd in Delfzijl, Amsterdam, Oostvoorne, Schiedam, Moerdijk en Terneuzen. Ze zijn voor zeelieden een welkom adres om zich te kunnen ontspannen buiten de dagelijks werk- en leefomgeving aan boord. Zo ook dat in Ritthem, waar zij elkaar kunnen ontmoeten in de gemeenschapsruimte met bar. Vanuit het zeemanshuis plek gaat havenpastor Pascal Handschin** er op uit om schepen te bezoeken. Wordt hij aan boord gelaten dan volgen gesprekken waarin hij naar het welzijn van de bemanning informeert. En wanneer daar de mogelijkheid voor bestaat houdt Pascal daar ook kerkdiensten. Dat gebeurt over het algemeen volgens de Anglicaanse traditie omdat die goed aansluit bij de geloofsbeleving van bij voorbeeld de Rooms Katholieke Kerk waartoe de meeste zeel*den uit de Filipijnen behoren.

*Dat gebeurde door het onderschrijven van de Maritime Labour Convention

**Pascal is voor 0,4 fte in dienst bij het Zeemanshuis en werkt daarnaast voor 0,5 fte als predikant voor de Protestantse gemeenten Nieuw- en Sint Joosland en Ritthem.

Reacties plaatsen is niet mogelijk.